Ik ben M., 16 jaar en ik zit nu in de 4e. Hierna wil ik graag gaan studeren, het liefst geneeskunde of psychologie. Ik wil de wereld rondreizen en nog veel meer andere dingen doen. Zoveel toekomst dromen, maar 1 ding houdt me tegen: mijn eetstoornis. Hoe komt het dat die zo mijn leven is gaan beheersen?
Voor veel mensen heb ik ‘het perfecte leven’; ik kan goed leren, heb veel vrienden, heb een goed gezin, enz. Maar waarom voel ik me dan zo ongelukkig? Waarom kan ik er dan niet van genieten? Waarom zie ik niet dat mijn leven ‘zo perfect’ is?
Ik heb eigenlijk altijd het gevoel gehad dat ik niet goed genoeg was. Toen ik 6 was, ben ik verhuisd. In mijn oude woonplek had ik veel vriendinnetjes en voelde ik me op mijn plek; ik wilde helemaal niet verhuizen. Het is niet zo dat ik op mijn nieuwe school geen vrienden had, maar iedereen had al een ‘beste vriendin’. Het klinkt heel dom, maar hierdoor voelde ik me altijd tweede keus.
Ik sprak wel af met vriendinnen, maar werd vaak niet als eerste gevraagd en dat vond ik gewoon heel erg. Ik ging ook vooral om met de mensen van 1 klas hoger (dat kwam door de combinatieklassen), maar toen zij dus naar de middelbare school gingen en ik niet, voelde ik me helemaal een baby. Zij maakten nieuwe vrienden en ik bleef achter op de basisschool. Zij werden heel snel ouder, ik niet. Ik had het gevoel alsof ze me niet meer nodig hadden, mij niet meer zagen staan. Wat achteraf echt onzin is geweest. Met hun heb ik altijd goed contact en heel veel lol gehad.
Ik zag de middelbare school ook echt als een nieuwe kans. Nieuwe vrienden maken, gewoon helemaal opnieuw beginnen. Ik had er heel veel zin in.
In het begin leek het ook allemaal heel leuk; Het klikte goed met een meisje uit mijn klas en we werden goede vriendinnen. Maar op een gegeven moment heeft zij me heel hard laten vallen, waardoor ik er helemaal alleen voor stond. Ik sloot me aan bij een groepje meiden waar ik me echt heel alleen voelde. Ze waren zo anders dan ik was; zij waren stil, ik was juist heel open, zij waren rustig, ik druk, enz. Ook deden ze vaak dingen zonder mij, vroegen mij niet mee. Alleen op school was ik goed genoeg.
Gelukkig werd ik ook bevriend met een heel lief meisje uit mijn klas. Ook zij had het gevoel dat ze er niet bij hoorde en samen hadden en hebben we het altijd heel gezellig!
Op een gegeven moment ‘besloot’ ik dat ik wel bij de ‘populaire’ groep wilde horen (waar ook die ex-vriendin bij hoorde). Ik deed er alles aan; was ‘grappig’ en druk in de klas, altijd op de voorgrond, enz. Maar uiteindelijk ‘lukte’ het. Ik ‘hoorde’ erbij. In het begin was het gezellig, en zeiden mensen zelfs dat ik populair was (?). Iets wat ik totaal niet kon en nog steeds niet kan geloven. Maar dat fijne gevoel was al snel weg, doordat ik ook bij deze vrienden nooit mee werd gevraagd naar dingen buiten school. Zij gingen naar feestjes, filmavonden, enz. Maar ik werd nooit meegevraagd.
In de tweede ging dit eigenlijk zo door. Alleen begon ik nu mezelf de schuld te geven van alles. Ik was ook maar een stom kind, waarom zou iemand vrienden met mij willen worden? Ik vond mezelf ook heel erg lelijk en te dik. En toen kwam dus mijn rare redenatie van dat als ik misschien tevreden was met mijn buitenkant, ik zelfverzekerder zou zijn en dus beter in mijn vel zou zitten. Het begon met minder snoepen, veel water drinken, maar in mijn hoofd faalde ik. Het lukte niet. Iedere dag probeerde ik het weer en iedere dag ‘faalde’ ik. Ik was afgevallen, maar dit zag ik zelf niet. Op een gegeven moment heb ik het maar opgegeven, maar de gedachtes bleven.
Doordat ik zo slecht in mijn vel zat en op school me niet geaccepteerd voelde, zag ik eigenlijk alles negatief. Ook bij goede vriendinnen (van de basisschool) begon ik te denken dat ze me niet aardig vonden, niet goed genoeg vonden. Ik legde alles negatief uit en zag eigenlijk alles als een soort ‘bewijs’ dat ik toch niet goed genoeg was (op school en bij mijn andere vriendinnen). Hierdoor praatte ik mezelf eigenlijk steeds meer de put in.
Aan het begin van het derde jaar ging het beter. Ik zat iets beter in mijn vel en het eten ging eigenlijk ook beter. Maar dat veranderde eigenlijk best snel. Ik begon weer met eten te klooien; ik mocht geen snoep meer en op een gegeven moment begon ik ook mijn lunch over te slaan. Nog steeds sloeg ik niet echt door, maar wel in mijn hoofd. Ik dacht alleen maar aan diëten, afvallen, enz.
Aan het eind van het derde jaar heb ik ook voor het eerst proberen over te geven, nadat ik friet + snack op had bij een vriendin. Dit lukte niet, hierdoor voelde ik mezelf nog slechter en faalde ik nog meer in mijn eigen hoofd.
Iedere dag maakte ik afvalplannen, maar ik kon mezelf er nooit aan houden, hierdoor werd mijn gevoel voor eigenwaarde nog kleiner, en zo ging het eigenlijk maar door.
Het gevoel dat ik niet goed genoeg was/ben, is gewoon heel sterk bij mij. Waarom kiest niemand mij als eerste? Waarom altijd eerst iemand anders voordat ze het aan mij vragen? Waarom wil niemand mij als beste vriendin? Wat doe ik fout? Waarom zijn die anderen zoveel beter dan ik?
Thuis ging het ook niet helemaal geweldig. Vroeger had ik altijd een super goede relatie met mijn vader, maar dit veranderde heel erg toen ik in de pubertijd kwam. Ik zette mij af tegen mijn ouders (ik was geen extreme puber, maar toch) en dit kon mijn vader niet hebben. Hij is altijd al geweest van dat kinderen altijd moeten luisteren naar de ouders, geen discussie. Dit kon ik natuurlijk weer niet hebben. En heel veel ruzies volgde. Van mijn vader uit heb ik nooit een excuses gehoord en altijd te horen gekregen dat het aan mij lag, waardoor ik het op een gegeven moment ook begon te geloven.
Het lag toch allemaal aan mij, ik deed iets fout. Gelukkig ben ik er nu achter gekomen dat het natuurlijk nooit aan 1 iemand kan liggen, maar ik mis nog steeds een bevestiging van de kant van mijn vader. Ik hierdoor een slechte relatie met mijn vader. Vaak heeft hij me genegeerd, me op mijn huid gezeten, enz. Ik kijk hierdoor ook op een heel andere manier dan zou moeten naar mijn vader. Ik zou heel graag wel een goede relatie met hem willen hebben en nooit meer die ruzies die nergens over gaan. Niet iedere dag die spanning en bang zijn om iets verkeerds te zeggen..
Aan het begin van dit schooljaar, ben ik eigenlijk pas echt doorgeslagen. De weegschaal gaf een getal aan, dat ik niet kon accepteren. Ik had altijd tegen mijzelf gezegd, dat ik nooit zoveel zou mogen wegen (terwijl dat eigenlijk gewoon goed is, maar dat wist ik toen niet). Ik probeerde weer over te geven, en het lukte. Het voelde ‘goed’. Eindelijk lukte iets. Ik ging steeds minder eten en wat ik at, ging er steeds vaker uit.
Ik voelde me ‘goed’, eindelijk lukte het me. Was ik niet meer dat stevige meisje, maar kreeg ik eindelijk complimenten dat ik er goed uitzag. Maar in mijn hoofd was ik nog steeds niet goed genoeg. Ik had een streefgewicht (mijn eerste streefgewicht was extreem laag, het gewicht dat ik in de tweede had gewogen, toen het ook niet goed ging, maar sinds die tijd was ik al behoorlijk wat aangekomen).
Uiteindelijk haalde ik dat gewicht wel, maar ik vond nog steeds dat ik te dik was, dus ik ging verder en verder. Mijn vriendinnen begonnen zich zorgen te maken, letten erop dat ik wel genoeg at. Maar ik wist altijd onder de lunch vandaan te komen. Om dan vervolgens tegen hun te zeggen dat ik al had gegeten. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik gewoon niks meer binnen kreeg. Ik at ‘s ochtends niks of een appel, de rest van de dag ook niks en wat ik ‘s avonds at, gooide ik er weer uit.
Ik voelde me slap, maar diep van binnen ook sterk. Eindelijk lukte het! Maar ik merkte voor het eerst dat het echt niet goed zat, toen ik me ook met wedstrijdschaatsen steeds slapper begon te voelen. Mijn tijden gingen achteruit en de trainingen hield ik niet meer vol. Ik vond dit zo erg, want het was echt mijn passie. Ik trainde 3x in de week en had ieder weekend 1 of 2 wedstrijden. Maar ik hield het gewoon niet meer vol.
Mijn concentratie op school was ook weg. Ik kon het gewoon niet meer opbrengen. Maar ik ging door, want ik dacht niet dat het daaraan lag. Want waarom zou ik een eetstoornis hebben? Dat kan helemaal niet. Ik? Daar ben ik toch veel te dik voor? Ik kan echt wel eten, ik wil het alleen niet, want ik ben ook gewoon niet goed genoeg, dat ziet iedereen toch? Daarom vond ik het ook zo moeilijk om het te vertellen, want niemand zou me toch geloven. Waarom zou zo’n dik kind nou een eetstoornis hebben? Haha grapje zeker.
Uiteindelijk hebben mijn lieverds hier op Proud mij overtuigd dat het echt niet langer meer zo ging (hier ben ik iedereen nog steeds zo dankbaar voor, ik weet gewoon niet wat er met me was gebeurd als ik niet op deze site zou zijn gekomen!). Ik viel af en ik zakte dieper en dieper. Ik begon in te zien dat ik misschien wel een eetstoornis zou kunnen hebben. Ook mama maakte zich zorgen en ze wilde met me naar de dokter voor een totale ‘body check’.
Die avond heb ik een brief geschreven en het op hun bed gelegd, dit was begin maart. Ze waren natuurlijk ontzettend geschrokken, maar ze wisten het eigenlijk al. Ik ging naar de dokter, en zo kwam van het een het ander. Maar de wachtlijsten waren zo lang, en zo dringend geval was ik ook niet.
Uiteindelijk kon ik toch terecht bij de GGZ, waar ik een psycholoog en een gezinstherapeute kreeg. Nu heb ik net mijn eerste afspraak bij een diëtiste en een kinderarts gehad. Uiteindelijk heb ik het wel mijn vriendinnen durven vertellen, want ja zij moesten het natuurlijk ook weten. Op school hadden ze het allemaal zien aankomen, zij wisten het al, maar ze reageerde heel lief. Mijn andere vriendinnen zagen wel dat ik niet goed in mijn vel zat, maar dit hadden ze eigenlijk nooit verwacht. Ik ben wel heel blij dat ik het verteld heb, want hierdoor gaat het eigenlijk al beter met me. Ik eet weer wat meer, en ben weer aan het vechten (iets wat ik eerst niet deed).
Op dit moment gaat het constant op en neer. Dan voel ik me weer goed, en gaat het eten makkelijker, en dan zit ik weer in een enorme down en gaat het gewoon weer veel slechter. Maar ik probeer gewoon te genieten van de goede momenten en ervoor te zorgen dat ze langer duren.
Want ik wil dit niet voor altijd. Ik wil dit achter me laten. Ik wil weer gelukkig zijn en genieten van het leven! Weer heerlijk kunnen sporten. Lekker genieten van het eten zonder de tweestrijd constant, ik wil weer leven!
En daarvoor zal ik heel hard moeten gaan vechten, maar ik ben niet van plan om op te geven, want dan is alles verloren. Ik stop niet met vechten, totdat ik dit gewonnen heb, want ik weet zeker dat ik ooit trots zal kunnen zijn op mezelf. Dat ik tevreden ben met hoe ik eruit zie. Nee, ik zal nooit perfect worden, maar dat hoeft ook niet. Ik wil mezelf gewoon weer kunnen accepteren: hoe ik eruit zie en hoe ik ben!
Ik ga vechten om gelukkig te worden!
It will be hard, but I’m ready to fight!




Geef een reactie