Als je herstelt van een eetstoornis kan je soms nog last krijgen van een stemmetje in je hoofd. Het fluistert je negatieve gedachten in en kan invloed hebben op hoe je je voelt en je gedraagt. Dit zijn vijf manieren waarop ik maling heb aan die stem.
1. Ik eet alleen in het openbaar, ook als ik met anderen ben
Alleen eten in het openbaar vond ik vroeger vreselijk eng. In mijn hoofd hoorde ik al alle oordelen die mensen zouden hebben over mij. Alsof vreemden aan mij kunnen zien hoe mijn eetpatroon er die dag uit ziet. En eerlijk, let jij hierop bij anderen? Waarschijnlijk niet. Als ik iemand zie eten, dan ga ik ervan uit dat diegene daar behoefte aan had. Niks meer en niks minder. Zo simpel is het voor jou en mij ook!
Misschien ook herkenbaar: dat moment dat je eigenlijk wel iets wil eten, maar de rest van je gezelschap niet. Ook dit gaf me stress. Het idee van als enige in een groep rondlopen met een voedselverpakking vond ik al enorm spannend, laat staan het eten. Maar waarom eigenlijk? Ieder mens is anders en heeft ook andere behoeftes. Iemand kan ook een ander eetritme hebben en daarom op een ander tijdstip al iets hebben gegeten of gaan eten.
Als je fijne mensen om je heen hebt, zullen ze willen dat je goed voor jezelf zorgt. Soms zei ik het ook als ik het moeilijk vond om als enige iets te eten. Dan aten sommige vrienden iets kleins met mij mee, of zorgden ze ervoor dat ik mij op een andere manier prettig en veilig voelde.
2. Ik complimenteer iemand niet (altijd) als diegene is afgevallen
Afvallen is niet altijd positief. Het kan door zoveel redenen gebeuren die buiten iemands eigen keus zijn, zoals stress of ziekte. Op die reden van gewichtsverlies ligt alleen – helaas – nooit de nadruk wanneer iemand er dunner uitziet dan voorheen. De maatschappij associeert het met er mooier uitzien en je beter voelen. Maar voel je je ook echt beter? Lang niet altijd.
Daarom geef ik eigenlijk nooit een compliment of überhaupt een opmerking over iemands gewichtsverlies, tenzij ik iemands verhaal goed ken. Opmerkingen en complimenten worden vaak goed bedoeld, maar kunnen ook bepaalde pijnpunten benadrukken. Daarover praten is soms lastig, zeker met mensen die je niet goed kent of vertrouwt. Men reageert dus ook snel positief uit automatisme. Dat foute, rooskleurige beeld blijft ook bestaan op die manier.
Als ik mij echt oncomfortabel voel bij zo’n gesprek, geef ik dat eerlijk aan of loop ik even weg. Soms kan je het gesprek wel aangaan met iemand, maar uiteindelijk staat voorop dat het jou niet moet triggeren.

3. Ik laat eten staan als ik vol zit
Vroeger vond ik het heel erg om eten te laten staan. Ik was bang dat het respectloos zou zijn, of ik voelde mij schuldig om de verspilling. Het overeten had soms nare gevolgen. Het triggerde een eetbui, ik voelde me ziek of ik voelde de druk om te compenseren.
Nu eet ik tot ik verzadigd ben, en daar laat ik het bij. Het was best een uitdaging om te ontdekken wanneer ik mij dan verzadigd of vol voelde, omdat ik die signalen jarenlang genegeerd heb. Maar ik merk dat het mij zoveel meer rust brengt om te luisteren naar mijn behoeftes.
Eten loopt niet weg! Iets wat ik graag had willen horen tijdens mijn eetbuistoornis. Vaak eet ik restjes ook nog op een later moment op. Ook als ik uit eten ga vraag ik om een doggybag bijvoorbeeld. Lekker eten is het allerlekkerst als je er oprecht van kunt genieten, liever twee keer goed dan één keer matig.
4. Ik zeg er iets van als iemand over calorieën praat, óók in de ‘positieve’ zin
Ik hoef gewoon niet te weten hoeveel calorieën ergens in zitten. Net als bij punt 2 bedoelen mensen het soms ook goed. Bijvoorbeeld met een opmerking als “wow, dit heeft ‘maar’ X calorieën!” Zelfs al triggert het mij gelukkig niet meer, ik zeg er wel iets van. Je kunt iemand anders er per ongeluk wél mee triggeren. Ook hier: je weet niet wat iemands hele verhaal is.
Dat hoeft trouwens ook niet een heel gesprek aan te wakkeren. Soms zeg ik gewoon “ach, boeien!” of “dat maakt voor mij niet uit”. Zo je grenzen aangeven kan moeilijk zijn, maar de reacties vallen eigenlijk altijd mee. Mensen hebben vaak niet eens echt door dat ze zo’n opmerking maken, omdat het zó in onze hersenen is verworven. Dus zelfs als je niet diep ingaat op waaróm je hier geen nadruk op moet leggen, is zo’n simpele gesprekssluiter al een wake-up call soms.
5. Ik draag wat ik wil, wanneer ik wil en hoeveel ik wil
Mijn eetstoornis probeerde mij te overtuigen dat ik mezelf moest verstoppen. Dat ik mezelf zo klein mogelijk moest maken, letterlijk en figuurlijk, en dat ik niet mocht opvallen. Dat terwijl mode en make-up hele fijne manieren van zelfexpressie voor mij zijn (geweest). Ik draag de outfits die volgens de maatschappij ‘niet bij mijn lichaam passen’, die ik wél gewoon mooi vind bij mezelf. Je bent het allermooist als je je zeker voelt. Cheesy, maar echt waar!
Aan de andere kant draag ik ook gewoon lekker een joggingbroek naar buiten en doe ik geen make-up op wanneer ik daar geen zin in heb. In een week met veel prikkels of wanneer het idee van een hele ‘look’ mij stress en ongemak oplevert.
Dat gevoel van moeten ‘performen’ tijdens je ES en daarbuiten ben ik zo zat! Lekker in je vel zitten is veel belangrijker dan een ander pleasen met je uiterlijk. Soms voel je je het geweldigst in je lievelingsoutfit, en soms in je pyjama. Het mooie is dat elk moment anders kan zijn en dat je ook elk moment hierin een andere keuze mag maken.
Rebelleer jij met me mee? <3
Kom bij Proud2Bme gratis en anoniem in contact met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, psychologen en diëtisten. Op ons forum kun je jouw verhaal delen en/of vragen stellen. Ook kan je dagelijks met ons chatten (de agenda vind je hier). Wij staan voor je klaar.




Geef een reactie