Van duisternis naar hoop: een persoonlijk verhaal over strijd en herstel

Mijn naam is Wendy. Ik ben 32 jaar en woon samen met mijn partner en kat in Berghem, een klein dorpje in Brabant. Ergens heb ik altijd het gevoel gehad dat ik mijn verhaal ooit wilde opschrijven. Toch bleef het jarenlang bij dat idee. Vooral angst, en met name faalangst, hield me tegen. Want waar begin je als je terug wilt kijken op een periode die je eigenlijk het liefst ver achter je laat?

Ongeveer vijftien jaar na mijn opname merkte ik dat die periode zich steeds vaker aan me opdrong. Ik kreeg meer nachtmerries en voelde dat bepaalde herinneringen me nog altijd behoorlijk in de weg zaten. Uiteindelijk ben ik op een dag gewoon begonnen met schrijven. En toen ik eenmaal begonnen was, ben ik eigenlijk niet meer gestopt. Zo ontstond mijn boek: Van duisternis naar hoop.

Een eetstoornis gaat over veel meer dan eten en gewicht

Het boek vertelt het verhaal van een veertienjarig meisje dat wordt opgenomen in een instelling. Wat volgt is een periode waarin persoonlijkheidsproblematiek, zelfhaat, wanhoop en een steeds groter wordende eetstoornis haar langzaam verder meeslepen. Hoewel anorexia een belangrijk onderdeel van mijn verhaal is, gaat het boek voor mij over veel meer dan eten of gewicht. Het gaat over controle verliezen en tegelijkertijd wanhopig proberen ergens controle over te houden. Over eenzaamheid, niet begrepen worden en proberen te overleven wanneer je zelf eigenlijk niet meer weet hoe. En uiteindelijk gaat het vooral over iets waarvan ik op sommige momenten zelf niet meer geloofde dat het er nog was: hoop.

Toen ik begon met schrijven, deed ik dat in eerste instantie vooral voor mezelf. Ik wilde opnieuw naar die periode kijken en hoopte dat ik er misschien iets beter mee kon leren leven. Maar gaandeweg werd het voor mij steeds belangrijker dat het boek ook iets voor anderen zou kunnen betekenen. Ik hoop dat iemand die zelf worstelt zich er minder alleen door voelt. Dat iemand misschien iets herkent waarvan degene dacht dat niemand het begreep. Maar ik hoop ook dat mensen die naast iemand met een eetstoornis staan iets beter kunnen begrijpen wat er achter het gedrag kan zitten. Een eetstoornis raakt namelijk niet alleen degene die ermee worstelt. Dat besefte ik zelf misschien pas veel later echt.

Wat een eetstoornis doet met de mensen om je heen

Een van de hoofdstukken die daarom voor mij extra bijzonder is, is hoofdstuk 12. Dat hoofdstuk is geschreven door mijn vriendin Kelly, vanuit haar eigen perspectief. Zij kende mij al vóór de periode waarover mijn boek gaat en heeft van dichtbij meegemaakt wat er tijdens mijn opname en daarna gebeurde. Ik vroeg haar of zij wilde opschrijven hoe zij die tijd had ervaren. Wat voelde zij? Wat zag zij gebeuren? En hoe was het eigenlijk om als vriendin aan de zijlijn te staan terwijl iemand van wie je houdt steeds verder wegzakt? Een stukje uit haar hoofdstuk dat me nog altijd raakt is:

“Ik trok de deur dicht en voelde de tranen over mijn wangen stromen. Ik voelde zoveel verschillende emoties. ‘Waarom deed ze dit?’ ‘Ik kan haar niet verliezen!’ ‘Beseft ze dit wel?’ Ik vroeg mij af of het nog wel goed zou komen met haar.”

Wanneer je zelf midden in een eetstoornis zit, ben je vaak zo bezig met overleven en met alles wat er in je eigen hoofd gebeurt, dat je nauwelijks kunt zien wat het met de mensen om je heen doet. Pas veel later kon ik daar anders naar kijken. Het betekent ontzettend veel voor me dat Kelly na al die jaren nog steeds in mijn leven is en dat ze bereid was haar kant van het verhaal met mij en uiteindelijk ook met de lezers van mijn boek te delen. Haar hoofdstuk laat voor mij heel duidelijk zien dat een eetstoornis niet alleen degene raakt die ziek is, maar ook de mensen die ernaast staan.

Een eetstoornis beschrijven zonder schadelijke details

Tijdens het schrijven was ik me er heel erg van bewust dat mijn boek waarschijnlijk ook gelezen zou worden door mensen die zelf kwetsbaar zijn voor eetstoornisgedachten. Dat vond ik soms best lastig, want ik wilde mijn verhaal wel eerlijk vertellen zonder onnodig dingen te benoemen die voor iemand anders juist schadelijk of triggerend kunnen zijn. Daarom heb ik bewust bepaalde details weggelaten. In mijn boek noem ik bijvoorbeeld geen concrete gewichtscijfers en ook geen aantallen calorieën. Natuurlijk kun je bij een persoonlijk verhaal over een eetstoornis nooit volledig voorkomen dat iets iemand raakt of triggert, maar ik heb wel geprobeerd daar zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan. Voor mij zit de kern van een eetstoornis namelijk ook helemaal niet in zo’n getal. Ik wilde veel liever laten zien wat er in iemands hoofd kan gebeuren. Hoe gedachten steeds meer ruimte kunnen innemen, hoe je jezelf langzaam kunt kwijtraken en hoe iets wat van buitenaf misschien moeilijk te begrijpen is, van binnen uiteindelijk heel logisch kan gaan voelen.

Niet iedere eetstoornis ziet er hetzelfde uit

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om te laten zien dat geen enkele eetstoornis hetzelfde is. Mijn verhaal is mijn verhaal. Het verloop, de gedachten en de dingen die ik heb meegemaakt hoeven helemaal niet overeen te komen met die van iemand anders. Misschien is dat juist ook een van de redenen waarom ik het wilde opschrijven. Ik herken mezelf namelijk niet altijd in het beeld dat mensen van een eetstoornis hebben. En ik kan me voorstellen dat er meer mensen zijn die dat gevoel kennen. Mensen die denken: “Mijn verhaal ziet er anders uit, dus misschien stel ik me aan”, of: “Bij mij gaat het niet zoals bij anderen, dus hoor ik er wel bij?” Ik hoop dat iemand door mijn boek juist voelt dat er niet één juiste manier is waarop een eetstoornis eruitziet.

Maar ik schreef het boek niet alleen voor mensen die zelf worstelen. Ik hoop ook dat ouders, partners, vrienden en andere naasten het lezen. Voor hen kan het soms ontzettend moeilijk zijn om te begrijpen waarom iemand bepaalde keuzes maakt of waarom degene niet “gewoon” kan stoppen met bepaald gedrag. Misschien kan mijn verhaal daar een klein inkijkje in geven. Niet omdat mijn ervaring uitlegt hoe iedere eetstoornis werkt, maar omdat het misschien helpt om te begrijpen dat er achter het zichtbare gedrag vaak veel meer schuilgaat.

Waarom hoop zo belangrijk is tijdens herstel

En uiteindelijk hoop ik vooral dat lezers één ding uit mijn verhaal meenemen: hoop. Niet de boodschap dat alles vanzelf goedkomt of dat herstel altijd netjes in een rechte lijn verloopt. Maar wel dat een donkere periode niet automatisch betekent dat het altijd donker zal blijven. Soms is doorgaan iets heel kleins. Soms is opstaan al genoeg. En als mijn boek ervoor zorgt dat één iemand zich iets minder alleen voelt, zich ergens in herkent of die dag toch weer probeert op te staan, dan heeft het voor mij al iets betekend.

Open praten over eetstoornissen en psychische problemen

Het schrijven van dit boek heeft mij absoluut heel veel gebracht. Ik voelde een enorme opluchting toen ik de laatste woorden opschreef. Alsof een verhaal dat jarenlang alleen in mijn hoofd had gezeten eindelijk ergens anders mocht bestaan. Maar misschien merk ik nu pas echt wat het schrijven mij heeft gebracht. Sinds mijn boek is verschenen, praat ik er steeds vaker over. Op sociale media, met mensen om mij heen en inmiddels ook in gesprekken zoals deze. Dat is best bijzonder voor mij, omdat ik jarenlang juist nauwelijks over deze periode sprak. En gek genoeg merk ik dat die openheid me rust geeft.

Mijn boek vertelt over een periode uit mijn leven die inmiddels ruim vijftien jaar achter me ligt. Maar mijn strijd stopte natuurlijk niet toen het boek eindigde. Herstel is voor mij nooit een rechte lijn geweest en ook vandaag kan ik nog momenten hebben waarop de eetstoornis zich opnieuw laat horen. Vroeger vond ik het misschien moeilijk om dat toe te geven. Inmiddels zie ik het anders. Dat ik soms nog worstel, betekent niet dat alle stappen die ik heb gezet ineens weg zijn. Sterker nog, door er nu opener over te praten, heb ik het gevoel dat ik mezelf en mijn eetstoornis steeds beter begin te begrijpen.

Een van de belangrijkste inzichten voor mij is dat mijn eetstoornis uiteindelijk niet echt over eten gaat. En ook niet simpelweg over uiterlijk of graag dun willen zijn. Dat is misschien het verkooppraatje waarmee de eetstoornis zich presenteert, maar inmiddels weet ik dat er bij mij veel meer onder zit. Wanneer alles moeilijk voelt, kan de eetstoornis voelen als iets wat er altijd is. Iets waarvan ik weet hoe het werkt. Iets waar ik controle over denk te hebben wanneer andere dingen juist totaal buiten mijn controle voelen. Iets waar ik op kan terugvallen wanneer ik me verloren, onzeker of alleen voel. Bijna als een soort houvast of reddingsboei. En juist daarom vind ik het zo belangrijk om niet alleen naar het zichtbare gedrag te kijken. Alleen proberen iemand weer te laten eten of bepaald gedrag te laten stoppen vertelt nog niet waarom die eetstoornis er überhaupt is. Wat probeert iemand ermee te onderdrukken? Waar beschermt het tegen? Waarom voelt iets wat zoveel kapot kan maken tegelijkertijd soms zo veilig? Ik heb zelf nog lang niet op al die vragen een antwoord. Maar ik ben wel veel verder dan vroeger, omdat ik inmiddels weet dat het antwoord voor mij niet op een weegschaal ligt en ook niet in eten te vinden is.

Misschien is dat ook waarom openheid voor mij steeds belangrijker wordt. Er zit nog zoveel schaamte rondom eetstoornissen en psychische problemen. En juist bij iets wat van zichzelf al zo eenzaam kan voelen, kan die schaamte ervoor zorgen dat je nog meer alleen komt te staan. Ik denk nog steeds dat er veel onbegrip bestaat en dat er binnen de hulpverlening ook dingen beter kunnen. Tegelijkertijd merk ik nu zelf wat er kan gebeuren wanneer je voorzichtig begint te praten over dingen die je jarenlang hebt weggestopt. Het schrijven van mijn boek was daarin misschien mijn eerste grote stap. Er nu steeds opener over te durven praten voelt als een volgende stap.

Er is altijd hoop

Ik weet niet precies hoe mijn eigen verhaal verder zal lopen. Ik ben nog steeds op zoek naar balans en ik heb zeker niet overal een antwoord op. Maar misschien hoeft dat ook helemaal niet. Mijn boek eindigt met de woorden:

“Na alle duisternis bleek het echt waar te zijn: er was toch nog hoop.”

Die woorden betekenen vandaag eigenlijk nog steeds precies wat ik ermee wilde zeggen. Hoop betekent voor mij niet dat alles daarna perfect verloopt. Het betekent dat zelfs wanneer je nog zoekt, nog struikelt en soms opnieuw moet beginnen, het verhaal nog niet voorbij hoeft te zijn. Er is altijd hoop.


Kom bij Proud2Bme gratis en anoniem in contact met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, psychologen en diëtisten. Op ons forum kun je jouw verhaal delen en/of vragen stellen en zijn er dagelijkse chats (de agenda vind je hier). Ook kun je starten met fEATback, een online zelfhulpprogramma. Wij staan voor je klaar.

Gastauteur

Geschreven door Gastauteur

Deze blog is geschreven door een gastauteur Je bent altijd welkom om een gastblog in te sturen. Meer informatie lees je op deze pagina

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *