“Ik ben vijf jaar in herstel van anorexia”. Dat is een zin die tegelijk stevig en breekbaar aanvoelt. Stevig, omdat vijf jaar iets zegt over volhouden. Breekbaar, omdat herstel voor mij geen eindpunt is. Ik ben er nog lang niet. Wat wél veranderd is: ik kan er beter over spreken. En nog vaker: ik kan erover schrijven. Schrijven terwijl ik nog onderweg ben.
Schrijven liep als een rode draad door mijn eetstoornis en mijn herstel. Niet als oplossing, niet als wondermiddel, maar als een plek waar ik mocht bestaan zonder uitleg. Waar ik niet hoefde te kiezen tussen sterk of zwak, goed of fout. Op papier mocht alles tegelijk waar zijn.

Toen spreken niet lukte
Tijdens mijn eetstoornis was praten moeilijk. Niet omdat ik niets voelde, maar juist omdat ik te veel voelde. Alles zat vast in mijn hoofd: angsten, regels, schuld, controle. Zodra ik probeerde te spreken, liep ik vast. Woorden bleven steken of voelden gevaarlijk, alsof ik iets zou verliezen door ze uit te spreken.
Schrijven was anders. Het was stiller. Trager. Ik kon stoppen wanneer ik wilde. Teruglezen. Schrappen. Zinnen half laten bestaan. Ik hoefde niets af te maken. Dat maakte het veilig.
Ik schreef niet met een doel. Het was geen dagboek dat netjes werd bijgehouden. Soms waren het losse woorden, soms korte zinnen, soms poëzie zonder dat ik het zo noemde. Vaak schreef ik wanneer mijn hoofd te vol zat om te slapen. Het was geen therapie, maar het hielp me ademen.
Ik eet tranen als ontbijt
Ik eet tranen als ontbijt,
bitter op mijn tong geproefd.
De ochtend huilt met mij mee,
zachtjes, zonder dat het hoeft.
De zon klimt traag langs grijze muren,
schaduwen spelen op mijn huid.
Ik veeg de restjes nacht opzij,
maar iets in mij blijft koud en luid.
Toch zet ik stappen, kleine,
draag de dag zoals hij komt.
Misschien dat morgen minder weegt,
misschien dat pijn ooit wordt verstomd.
Maar voor nu, een nieuwe hap,
een slokje lucht, een vleugje spijt.
Ik slik het weg en fluister zacht:
ik eet tranen als ontbijt.
Wat schrijven mij gaf
Schrijven gaf me afstand tot mijn gedachten. Dingen die in mijn hoofd absoluut en dwingend klonken, zagen er op papier plots anders uit. Minder almachtig. Minder vaststaand. Niet omdat ze meteen verdwenen, maar omdat ik ze kon bekijken in plaats van erin te verdwijnen.
Het gaf me ook toestemming om eerlijk te zijn. Op papier hoefde ik niemand gerust te stellen. Ik hoefde niet te zeggen dat het beter ging als dat niet zo voelde. Ik mocht bang zijn, kwaad, moe, hoopvol, alles tegelijk. Dat maakte ruimte.
En misschien nog belangrijker: schrijven herinnerde me eraan dat ik meer was dan mijn eetstoornis. Ik was iemand die observeerde, voelde, woorden vond. Iemand met een binnenwereld die verder ging dan controle en regels. Dat besef kwam niet in één keer, maar groeide langzaam, zin na zin.
Herstel en woorden
In herstel veranderde mijn schrijven. Niet plots, niet bewust, maar merkbaar. Waar het eerst vooral over overleven ging, kwam er voorzichtig meer ruimte voor reflectie. Voor vragen zonder onmiddellijk antwoord. Voor twijfel die mocht blijven bestaan.
Herstel betekende voor mij niet dat de moeilijke gedachten verdwenen. Ze zijn er nog. Angsten ook. Het verschil is dat ik ze nu vaker kan benoemen. Dat ik ze kan opschrijven zonder er volledig door overspoeld te raken. Dat ik woorden heb om uit te leggen wat er in mij gebeurt, zelfs wanneer het rommelig blijft.
Ik heb geleerd dat beter kunnen spreken niet hetzelfde is als ‘er zijn’. Ik kan vandaag vertellen over mijn eetstoornis, over herstel, over wat me hielp, maar dat betekent niet dat alles opgelost is. Het betekent wel dat er minder schaamte is. Minder zwijgen. Meer nuance.
Nog onderweg
Ik vind het belangrijk om te zeggen dat ik er nog niet ben. Herstel is geen rechte lijn en geen titel die je op een bepaald moment krijgt. Er zijn dagen waarop het lichter voelt en dagen waarop oude patronen zich opnieuw aandienen. Het verschil met vroeger is dat ik dat nu kan zien en benoemen.
Schrijven helpt me om onderweg te blijven zonder mezelf kwijt te raken. Het is een plek waar ik mag twijfelen zonder meteen te moeten veranderen. Waar ik mag vaststellen: dit is moeilijk, en ik leef nog.
Van schrijven naar delen
Uit dat persoonlijke schrijven groeide uiteindelijk mijn poëziebundel Hersenspinsels. De bundel ontstond uit jaren aan notities, teksten en gedachten die eerst alleen voor mij waren. Het voelde spannend om die woorden los te laten, omdat ze zo dicht bij mijn binnenwereld liggen.
Hersenspinsels is geen verhaal van ‘ervoor en erna’. Het is geen herstelhandleiding. Het is een verzameling momenten, angsten, observaties en ademhalingen. Het gaat over wat er gebeurt in een hoofd dat vaak te veel voelt. Over proberen. Over blijven.
Dat de bundel nu bestaat, betekent niet dat mijn verhaal af is. Het betekent wel dat ik geleerd heb dat mijn stem er mag zijn, ook terwijl ik nog onderweg ben.
Voor wie schrijft of wil schrijven
Ik geloof niet dat schrijven voor iedereen hetzelfde betekent. Wat het voor mij deed, hoeft het voor iemand anders niet te doen. Maar ik geloof wel dat woorden een plek kunnen zijn waar je niets hoeft te bewijzen.
Je hoeft niet goed te schrijven. Je hoeft niets te publiceren. Je hoeft zelfs niet te begrijpen wat je schrijft. Soms is het genoeg dat het er is.
Voor mij was schrijven een manier om contact te houden met mezelf op momenten dat ik dat anders verloor. Het hielp me spreken toen spreken niet lukte. En nu helpt het me blijven spreken, ook wanneer het moeilijk is.
Ik ben vijf jaar in herstel. Ik ben nog onderweg. Maar ik kan mijn verhaal dragen in woorden. En dat alleen al voelt als een vorm van ademruimte.
Hersenspinsels is verkrijgbaar bij je favo boekenhandel, bol.com of via mij!
Kom bij Proud2Bme gratis en anoniem in contact met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, psychologen en diëtisten. Op ons forum kun je jouw verhaal delen en/of vragen stellen. Ook kan je dagelijks met ons chatten (de agenda vind je hier). Wij staan voor je klaar.




Geef een reactie