Mijn herstel van een obsessie met eten en sporten

Wat begon als iets onschuldigs, groeide uit tot iets wat jarenlang mijn hoofd en leven beheerste.

Ik was veertien, misschien vijftien, toen ik voor het eerst bewust bezig was met afvallen. Een vriendin en ik downloadden een app om onze voeding bij te houden. We spraken af hoeveel calorieën we “mochten” eten. Alsof het normaal is om als puber samen een maximum af te spreken voor je energie-inname. Achteraf denk ik: wat een leeftijd om al zo met eten bezig te zijn.

Ik hockeyde en ging af en toe naar de sportschool, maar nog zonder obsessie. Het zat vooral in mijn hoofd. Gezond eten. Niet te veel. Een beetje opletten. Toen ik een vriend kreeg, leek het calorieën tellen wat naar de achtergrond te verdwijnen. Ik was minder streng, minder gefocust. Maar de controle, het idee dat ik op mijn eten moest letten, bleef altijd aanwezig. Het was nooit echt weg.

Deze gastblog is geschreven door Karlijn van den Berg.

In mijn eerste maanden als student veranderde er veel. Corpsleven, borrels, nachten die eindigden met snacks. In vier maanden tijd kwam ik een paar kilo aan. Voor veel mensen misschien onopvallend, maar voor mij voelde het gigantisch. Ik vond het verschrikkelijk. Op borrels vond ik het zó moeilijk om me in te houden. Het eten stond voor me, ik had trek, ik wilde meedoen. Gek eigenlijk, als je jezelf altijd restricties oplegt, dat het juist op zulke momenten bijna onmogelijk voelt om niet alles te nemen wat je normaal “niet mag”.

Dat was het moment waarop ik het serieuzer ging aanpakken. Vaker per week krachttraining. Meer focus en discipline. Ik viel de aangekomen kilo’s al snel weer af en zelfs meer dan dat. En toen begon de angst. Want ik wist nu: je kunt aankomen. En dus moest ik het voorkomen. Als ik nu terugkijk, zie ik dat ik in één jaar eerst was aangekomen en daarna aanzienlijk meer was afgevallen dan mijn oorspronkelijke gewicht. Toen zag ik alleen: dunner is beter.

Mijn studie uitwisseling naar Frankrijk gaf mijn eetstoornis – iets wat ik toen absoluut niet zag als eetstoornis – nog meer ruimte. Ik woonde op alleen. Wat ik at, bepaalde ik. Niemand die iets zei. Niemand die meekijkt. Geen huisgenoten met wie ik rekening hoefde te houden. Ik was hypergefocust op calorieën, stappen en trainen. De sportschool werd mijn houvast, zeker omdat ik me daar vaak alleen voelde. Het gaf me structuur, afleiding en een doel. De sportschool was een stukje lopen, dus liep ik altijd. Extra stappen en verbranding.

Mijn ontbijt was veel te klein om mijn trainingen te ondersteunen. Lunch zonder koolhydraten. ’s Avonds at ik “normaal” mee als ik met anderen was. Soms zelfs meer dan de rest. Mensen begrepen niet hoe ik zó dun kon zijn terwijl ik toch chocola at en gewoon meedeed met het avondeten. Wat ze niet zagen: dat ik alles tot op de gram invoerde. Dat ik overdag amper at. Dat ik mezelf een maximum stelde tot het avondeten en daar koste wat kost onder bleef. Dat ik, als ik zelf kookte, koos voor broccolirijst of courgetti in plaats van echte rijst of pasta. Carbs were the enemy.

Voor een niet-actief persoon at ik misschien “genoeg”. Voor iemand die zes tot zeven keer per week trainde, overal heen liep en geobsedeerd was door stappen? Elke dag een flink tekort. Dit is iets wat ik graag wil zeggen: je hoeft niet de hele dag niets te eten om een eetstoornis te hebben. De obsessie met gezond eten, met sporten, met controle – ook wel orthorexia genoemd – is óók een eetstoornis. Het nam mijn leven over. Alles draaide om eten en beweging.

Toen ging ik een maand naar Bali met mijn beste vriendin. Een maand zonder weegschaal. Zonder mijn vaste sportschool. Zonder calorieën kunnen tracken. Ik vond het doodeng. Ik was bang dat ik zou aankomen. Het tegenovergestelde gebeurde. We liepen ontzettend veel, op mijn voorstel, want ik was bang om stil te zitten, maar ik sportte niet. Ik at drie voedzame maaltijden per dag. Geen obsessief tekort. En mijn lichaam viel zelfs nog iets af. Mijn gespierde, dunne lijf had al die tijd meer nodig gehad dan wat ik het gaf.

Na de vakantie ging ik weer calorieën tellen. Mijn moeder en zus maakten zich steeds meer zorgen. Ik weet nog dat we op vakantie bij een Italiaan zaten. Pizza of pasta? Geen denken aan. Koolhydraten waren simpelweg geen optie. Ik zag zelf totaal niet dat ik een probleem had. Ik at toch gezond? Veel groente, fruit en eiwitten. Ik sportte veel. Dat is toch goed?

De spiegel vertelde me dat het altijd nog iets strakker kon. Als ik nu foto’s uit die tijd terugzie, schrik ik. Toen zag ik alleen verbeterpunten. Ironisch genoeg werd de sportschool uiteindelijk ook mijn redding. Ik merkte dat ik al jaren dezelfde gewichten kon liften. Ik werd niet sterker. Ik maakte geen progressie. Dat frustreerde me. Ik trainde zó veel, waarom werd ik niet sterker?

Ik besloot te stoppen met calorieën tellen. Als ik sterker wilde worden, moest ik meer eten. Online las ik dat ik koolhydraten nodig had voor spiergroei. Dus begon ik ze te eten. Rijst. Pasta. Brood. Dingen die ik jarenlang had vermeden. Ik kwam een paar kilo aan. Dat vond ik moeilijk, maar tegelijkertijd voelde ik ergens dat dit beter was. Mijn trainingen gingen vooruit. Ik werd sterker. Mijn haar, dat lange tijd dunner werd en uitviel, begon weer dikker te worden. Mijn energie nam toe. Langzaam leerde ik vertrouwen dat mijn lichaam geen vijand was.

Als ik nu terugkijk, vind ik het zo dapper dat ik zelf die switch heb gemaakt. Ik had zo graag mijn jongere zelf willen vertellen hoe het anders zou kunnen. Dat waar ze mee bezig was, op de lange termijn zoveel nadelige effecten zou hebben. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal.

Minstens vier jaar heb ik hiermee geworsteld. Vier jaar waarin eten en sporten mijn gedachten beheersten. Vier jaar van regels, lijstjes, berekeningen en schuldgevoel. Nu – jaren later – tel ik nooit meer calorieën. Ik hou van eten. Ik hou van sporten. Ik hou van koolhydraten. Ik kan genieten van een etentje zonder vooraf in paniek te raken. Soms word ik nog getriggerd als ik mensen heel restrictief zie eten. Dan voel ik zo sterk de neiging om te zeggen: je hoeft dit niet te doen. Er is een andere manier.

Ik weet hoe het voelt om de hele dag bezig te zijn met wat je wel en niet “mag”. Hoe vermoeiend het is om continu in je hoofd te rekenen. Hoe het is om complimenten te krijgen over hoe “gedisciplineerd” je bent, terwijl je eigenlijk gevangen zit in controle. Ik wou dat ik iemand had gehad die me had laten zien dat balans ook een optie was. Dat kracht niet alleen zit in discipline, maar ook in loslaten. Misschien had het me jaren gescheeld.

Een leven zonder restricties is mogelijk, zeker na jaren worstelen. Je lichaam verdient brandstof, geen strijd.


Kom bij Proud2Bme gratis en anoniem in contact met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, psychologen en diëtisten. Op ons forum kun je jouw verhaal delen en/of vragen stellen. Ook kan je dagelijks met ons chatten (de agenda vind je hier). Wij staan voor je klaar.

Gastauteur

Geschreven door Gastauteur

Deze blog is geschreven door een gastauteur Je bent altijd welkom om een gastblog in te sturen. Meer informatie lees je op deze pagina

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *