Weer thuis na een opname

 

Ik moest even slikken. Mijn laatste dagen in de kliniek waren namelijk aangebroken. Over een week zou ik weer thuis zijn. Aan de ene kant keek ik daar enorm naar uit. Weer fijn thuis in mijn eigen omgeving, slapen in mijn eigen bed, douchen in mijn eigen douche en mijn familieleden weer om me heen. Aan de andere kant beangstigde het idee van naar huis gaan me ook. Mijn tijd in de kliniek was een veilige tijd waarin er altijd op me werd gelet. Ik kon daar in alle rust werken aan mezelf en aan de eetstoornis. Er waren mensen om me heen die me hielpen en steunden. Thuis waren die mensen niet. Daar moest ik het zelf doen.

De tijd in een kliniek is altijd eindig. Het is niet zodat je daar je hele leven lang opgenomen kan blijven. Dat zou ook niet goed zijn, want het echte leven speelt zich buiten de kliniek af en niet daarbinnen. De grote stap die je misschien zet in herstel is naar de kliniek gaan. Mij heeft de kliniek me enorm geholpen. Ik zat muurvast in de eetstoornis. Na jarenlange therapie ging het gewoon nog niet beter. Ik had een opname nodig om even uit mijn omgeving getrokken te worden die de eetstoornis in stand hield. Naar de kliniek gaan voelde voor mij echt als een bevrijding. Ik hoefde het even niet meer zelf te doen. Ik zou de hele dag door mensen om me heen hebben die me konden helpen met het vechten tegen het monster in mijn hoofd. 

weer thuis na opname

Tegelijkertijd was de opname ook behoorlijk zwaar, juist doordat je ook de hele dag aan het vechten bent tegen de eetstoornis. Het is heel intensief. Ik weet nog dat ik me het grootste gedeelte van de tijd behoorlijk verdrietig voelde. Therapie in de kliniek gaf me veel stof om over na te denken. Ik was de hele dag bezig met de eetstoornis en het proberen te veranderen van mijn gedrag. Ik ging in die tijd echt voor herstel en dat maakte het soms extra zwaar, omdat ik alles goed probeerde te doen. We weten allemaal dat als je ‘goed’ en ‘gezond’ gedrag vertoont de eetstoornis juist extra hard tegen je schreeuwt. Tegelijkertijd had ik ook geen keuze, omdat je in een kliniek in de gaten wordt gehouden.

Na een tijd voelde ik me ook echt beter. Ik was minder verdrietig, voelde me minder rot over het eten en voelde me zowel lichamelijk als geestelijk sterker worden. De eetstoornis speelde steeds minder een rol. Uiteindelijk ging het zo goed met me dat de begeleiding vond dat ik klaar was om naar huis te gaan. Mijn tijd in de kliniek zat erop en ik zou mijn plekje weer vrij maken voor iemand die de hulp harder nodig had dan ik.

Je zou misschien denken dat mijn tijd in de kliniek het moeilijkste was, maar mijn ervaring is dat het echte werk pas begon toen ik weer naar huis ging. Ik dacht echt oprecht dat de eetstoornis zo goed als verleden tijd was. Het was dan ook een behoorlijke klap toen ik bij thuiskomst erachter kwam dat de eetstoornis helemaal niet weg was. De eerste dag ging het nog goed, maar daarna kwam die akelige stem weer in mijn hoofd.

Thuis had ik opeens weer de vrijheid om zelf te bepalen wat en hoeveel ik zou eten. In de kliniek moest ik gewoon eten wat de pot schafte, maar thuis was die controle er veel minder. Het kwam daar echt aan op mijn eigen verantwoordelijkheid en dat was verdomd lastig. Bovendien was thuis een plek vol met triggers waar de eetstoornis voor mijn opname in de kliniek volop gebruik van maakte. Al die triggers waren er nog steeds, maar daar moest ik tegen leren vechten, omdat ik in herstel was. Alle tips en trics die ik in de kliniek had geleerd moest ik toch echt leren toepassen.

Het is heel mooi dat je zulk soort dingen leert in een kliniek, maar zie dat thuis nog maar eens even toe te passen. De kliniek is zo’n fijne plek waar ik in ieder geval ontzettend gemotiveerd raakte om echt te herstellen van de eetstoornis. Thuis was dat moeilijk. De eetstoornis lag alweer op de loer, klaar om mij vast te grijpen bij een zwak moment. Herstellen thuis voelde voor een lange tijd ook erg slecht, omdat ik even kwijtraakte voor wie ik het ook alweer deed. Thuis was ik met mijn ouders en broertje die een gewoon leven leidden. Ik zat middenin een hevige strijd en dat was dan niet meer aan de buitenkant te zien, maar wel aan de binnenkant. De strijd met de eetstoornis vond ik toen juist het zwaarst. Als je je hierin herkent, heb ik hieronder wat tips en dingen opgeschreven die ik heb geleerd van deze periode.

♥ Je gaat je ongemakkelijk voelen
In het dagelijks leven liep ik tegen een hoop dingen aan. Stress van school, vriendinnen die moeilijk deden, gezeur met mijn ouders, verdrietige gevoelens etc. Het zijn allemaal dingen waar ik eerst de eetstoornis bij inzette. De eetstoornis was mijn manier van omgaan met vervelende, ongemakkelijke gevoelens. In de kliniek heb je deze struggles niet, omdat je dan op een veilige plek zit, ver van het ‘echte leven’ vandaan. Bij thuiskomst ga je hoe dan ook geconfronteerd worden met de sleur van het dagelijks leven. En ja, je gaat je daar behoorlijk ongemakkelijk door voelen, omdat je de eetstoornis er niet meer voor in kan zetten.

Ik voelde me zelf zo’n pasgeboren hertje dat alles -wankelend op zijn poten- moest ontdekken. Ik wankelde aan alle kanten, omdat ik emoties ervoer die ik al een lange tijd niet zo had gevoeld. Thuis leerde ik te huilen en te eten.

Wat ik ook leerde, is dat het heel raar kan voelen om je opeens ook weer goed te voelen. Ik had echt wel slechte dagen ertussen zitten, maar ook goede dagen. Ik was zo gewend om me slecht te voelen  dat het raar was om me weer goed te voelen. Ik heb mezelf ook een lange tijd niet helemaal toe kunnen staan dat ik me ook goed kon voelen. Als ik me goed voelde, had ik het gevoel dat ik iets moest doen om me weer slecht te voelen. Hoewel dat dus slechte dingen waren, voelde het wel heel vertrouwd om me zo te voelen.

Weet dat deze rare, ongemakkelijke gevoelens over zullen gaan.

♥ Steun is erg belangrijk
Na de kliniek heb ik geleerd hoe belangrijk het is om mensen om je heen te hebben die je kunnen steunen. De eetstoornis maakte mij altijd wijs dat ik andere mensen vooral tot last was. Niemand wilde me echt helpen. Na de kliniek heb ik echter wel om hulp moeten leren vragen en moeten vertrouwen dat mensen me daadwerkelijk wilden helpen.

Ik heb goede nazorg gehad. Dat hield in dat ik alsnog intensief contact had met een hulpverlener. Echter was die hulpverlener er niet thuis bij dus moest ik leren om ook daar een veilige omgeving voor mezelf te creëren. Ik maakte afspraken met mensen in mijn omgeving. Wie kon ik bellen als ik eetdrang had? Wie kon mij helpen goed eten op school? Bij wie kon ik terecht voor steun? Door een goed vangnet voor jezelf te creëren, zorg je ervoor dat je niet terug de eetstoornis in stapt, maar dat je om hulp vraagt. Om hulp leren vragen heb ik pas echt geleerd nadat ik uit de kliniek kwam.

♥ Wees voorbereid op triggers
Zoals ik al eerder aangaf, ga je sowieso getriggerd worden. Terwijl je zo je best doet om beter te worden, zullen oude triggers je blijven achtervolgen. Het is belangrijk dat je daar goed mee om leert gaan. Het kan dan handig zijn om een goed sociaal vangnet te creëren, maar probeer dit ook bespreekbaar te maken voordat je de kliniek verlaat. Wellicht dat de kliniek jou nog meer kan helpen en handvatten kan bieden om tegen die triggers te vechten als je weer thuis bent.

♥ Bereid je voor op ups en downs
Herstel is geen rechte weg. Hoe moeilijk dit ook is: je gaat een keer de mist in. Ik ben ook echt nog wel een aantal keer de mist in gegaan. Dan had ik opeens weer een eetbui of hing ik weer boven de wc om mijn eten uit te spugen. Het verschil met voor de kliniek is dat ik me echt heel erg schuldig en rot voelde als zoiets was gebeurd. Het voelde dan als een enorme terugslag. Alsof alles waar ik voor had gewerkt voor niks was geweest.

Door hier heel veel over te hebben gepraat met mensen wist ik mezelf sneller te vergeven. Een misstap kon gebeuren. Ik kon ook niet van mezelf verwachten dat een jarenlange eetstoornis over zou zijn na een paar maanden in de kliniek. Zoiets heeft tijd nodig. Het was echter wel belangrijk dat ik de draad zo snel mogelijk weer oppakte. Met behulp van mijn omgeving en de behandelaren wist ik dat ook altijd wel weer te doen.

♥ Laat het los en betreed nieuwe paden
Je zal je leven deels opnieuw in moeten richten als je uit de kliniek komt. Voordat ik naar de kliniek ging, zat ik thuis vast in mijn eigen leventje. Bepaalde gewoontes en overtuigingen zorgden ervoor dat de eetstoornis de ruimte had om met mij te spelen. Dat moest ik voorkomen. Daarnaast moest ik opzoek gaan naar nieuwe dingen. De eetstoornis overheerste eerst mijn hele dag. Ik moest nu opzoek gaan naar een andere daginvulling. Ik ben toen bijvoorbeeld gaan werken in een restaurant en ging zumbalessen volgen met een vriendin. Doordat ik andere, nieuwe dingen probeerde en ontdekte, hoopte ik te voorkomen dat ik in een groot zwart gat zou vallen en dat de eetstoornis weer terug zou komen.

Geef jezelf tijd. Het is een lange weg die je nog te gaan hebt en daarvoor moet je hard werken en veel doorzettingsvermogen hebben. Die strijd zal het uiteindelijk wel helemaal waard zijn. Blijf hoop houden. Het komt goed.  

Fotografie: MuffMuff

 

Gerelateerde blogposts

Reacties

britneyangel - Vrijdag 3 augustus 2018 13:29
intressante blog
CMFlower - Vrijdag 3 augustus 2018 15:54
Hele interessante en mooie blog. Ik wacht op een plekje in een kliniek dus ik zal hier hopelijk over een paar maanden heel veel aan hebben. Eerst maar eens de angst van de kliniek ingaan overleven!
Prue - Vrijdag 3 augustus 2018 16:54
Na kliniek gereintegreerd in werk. Daar veel onbegrip ontmoet over het feit dat ik tijd nodig had om weer over te schakelen naar de maatschappij. Ik was immers ' beter' dus zou meteen alles weer kunnen. Niet reeel natuurlijk.

Vind dat hier wel meer aandacht voor mag komen, dat het tijd en bakken energie kost om weer te resocialiseren.
Cylu - Zaterdag 4 augustus 2018 08:58
Mooie Blog! Dankjewel voor het delen
Lost girl - Zaterdag 4 augustus 2018 17:47
Zit op dit moment in de kliniek. Nou en of daar triggers voorbij komen. Hele heftige persoonlijkheden om me heen, veel destructief gedrag. Tuurlijk zijn er altijd mensen om je heen en is het fijn om even niet over je invulling na te hieven denken, maar je moet wel zelf aangeven wat je nodig hebt en dat hoeft misschien thuis minder omdat ze je daar kennen en kunnen zien als het niet goed gaat. En het ligt helemaal aan type behandeling en groep waar je in terecht komt. Voor eetstoornissen zijn het meestal wel rustige sociale mensen.