Beginnen met leven
Door karin Toen ik naar de middelbare school ging veranderde alles. Alles leek zo op uiterlijk gericht. Elke morgen stond ik ongeveer een half uur voor de spiegel om mijn haar en make-up te doen. Ik zat in een LWOO klas, een klas voor mensen die extra hulp nodig hebben door bijvoorbeeld leerproblemen of gedragsproblemen. Omdat ik erg onzeker was wilde ik graag dat iedereen me mocht en gedroeg ik me extreem druk, zo druk dat de leraren geen les meer met mij konden geven. Daarom werd ik naar de Rebound gestuurd, dat was de laatste kans om op school te blijven. Daar is het allemaal begonnen... Er zaten nog 5 andere leerlingen in die klas. Maar niemand waar ik echt iets mee had, sterker nog; ze scholden me uit, elke dag. We zaten in een apart lokaal met een aparte docent en we hadden aparte pauzes. Ik had dus geen contact meer met mijn vriendinnen op school. Omdat ik werd gepest was ik dus automatisch elke pauze alleen. Vaak hield ik mijn pauze binnen, terwijl de rest gezellig buiten stond. Elke dag hetzelfde liedje, elke dag hetzelfde scheldwoord. Dat heeft me zo veel pijn gedaan, wat ben ik? Dat antwoord wist ik wel; ik ben een loser, een sukkel, een nul, ik ben niets waard, ik zie er niet uit, ik doe niets goed. Waarom zat ik anders hier, hier alleen. Zelfs als ik weer eens uitgescholden werd kreeg ik op mijn donder omdat ik wegliep of begon te huilen. Wat moest ik anders; erbij gaan zitten en mee lachen? Na een tijdje werd de docent ziek en werd de Rebound opgeheven. Maar nog steeds als ik ze tegen kwam, op school of buiten school, werd ik uitgescholden. En het bleef niet alleen bij die andere vijf, er kwamen meer mensen bij. Ik moest iets gaan veranderen aan mezelf, schijnbaar was ik niet goed genoeg. Het enige wat ik kon doen om mezelf te veranderen was door af te vallen. En ik bleek er nog goed in te zijn ook. Toen ik weer terug kwam op school spraken veel leraren mij er op aan. Het was niet echt positief bedoeld, maar zo vatte ik het wel op. Omdat ik nog steeds extra hulp had, heb ik het op een dag aan mijn begeleider op school verteld. Toen had ik het echt gehad en zag dat dit niet langer door kon gaan. Het kwam niet echt aan als een schok, omdat het er best dik boven op lag. Ik werd naar het GGZ gestuurd. Ik praatte met de psycholoog maar echt luisteren deed ik niet. En ik ging vrolijk door met afvallen. Dat zag ze dan ook en ineens stond er een weegschaal in haar kamertje. Omdat mijn ouders mijn weegschaal weg hadden gehaald wist ik niet wat ik woog. Het was eng maar ik kon er niet onderuit. Toen ik dat getalletje zag was ik zo trots ik kon de lach niet van mijn gezicht af krijgen. Het was x kilo minder dan ik had verwacht. Ik moest nu wel naar een diëtiste en een kinderarts. Ik moest aankomen omdat mijn gewicht was gevaarlijk laag was. Ik leefde niet meer. Ik sprak nooit meer af, was aan huis gekluisterd omdat ik niets mocht. Ik wilde ook niet weg. Niet naar familie, niet naar mijn vriendinnen. Dan moest ik eten en dat mocht ik niet. Ik wilde die controle hebben en dat kon niet als ik bij mijn vriendinnen was. Bij de diëtiste ging het ook wel. In het begin volgende ik haar lijstjes totaal niet, maar toen ze begon te dreigen met opname, besloot ik toch maar te gaan doen wat ze zei. En ik kwam aan. Ik besloot de stap te gaan zetten om weer met mijn vriendinnen af te spreken. Ik houd van ze, ik wilde ze niet verwaarlozen, hoe moeilijk ik dat ook vond. Het was wel wat onwennig in het begin, ik was mezelf helemaal niet. Ik moest zelfs mijn lach faken. Maar hoe meer ik in gewicht aankwam, hoe meer conditie ik had en hoe vrolijker ik weer werd. En ik besloot weer mee op stap te gaan. Niet elke week, maar af en toe een keertje. Dood eng vond ik dat! In het begin bleef het bij cola-light, maar al snel probeerde ik een glaasje mee te drinken en het werden er steeds meer. Ik denk er op die avond natuurlijk heel veel aan, maar ik probeer gewoon te genieten. De ochtend erna, wanneer ik opsta, breekt de hel los. Wat heb ik in Gods hemels naam gedaan! Ik blijf altijd bij een vriendinnetje slapen en dat worden dus broodjes en vruchtensap. Wat moet ik doen; gewoon eten wat ik hoor te eten of juist minder? Hoeveel zit er in die sinaasappelsap? Klopt het nu met het aantal calorieën dan wat ik normaal 's morgens eet? Omdat we meestal een rond 3 uur thuis komen eten we pas om 11 uur/half 12. Wat moet ik dan doen? Mijn ontbijt en tussendoortjes en mijn middageten eten. Of gewoon hoeveel ik op kan ik heb namelijk ook extra kcal binnen gekregen die avond ervoor. Ik doe mijn best om niets over te slaan, maar omdat mijn lichaam niet veel gewend is, kom ik soms wel een paar ons aan. Er komt een dag dat mijn lichaam het gewend is en dat ik er zorgeloos alles mee kan doen; me bijvoorbeeld geen zorgen meer maken om een wijntje meer of minder. Ik blijf vechten en wachten op die dag. En dan kan ik weer beginnen met leven. Reageren op dit verhaal? Klik HIER |